Vervrouw uzelf!

Het lukt me niet (meer) om mezelf te vermannen.

Er komt veel op me af: een nieuw avontuur als zelfstandige, een zwangerschap, een verhuis, een huwelijksceremonie in mijn moederland, net over de grens van mijn vaderland.

Rationeel gezien geen probleem: plannen, kosten ramen, coördineren, afspraken maken en uitvoeren. Als er een onverwachte omstandigheid de revue passeert: situatie analyseren, oplossingen bekijken, beslissing nemen, verder gaan.

Ik kan deze ‘mannelijke’ taken uitvoeren. Ik ben sterk genoeg. Ik heb de nodige vaardigheden ontwikkeld.

Maar ik ben ook een emotioneel wezen: wat doen de nieuwe ervaringen met me? Welke invloed hebben mijn keuzes op het leven van anderen? En wat heb ik nodig?

De pijn in mijn onderrug vorige week stond niet in mijn planning, de gespannen relatie met mijn schoonmoeder tijdens de verhuis ook niet, net zomin als het warme welkom in mijn nieuwe thuis door mijn beste Boliviaanse vriendin, de zevenjarige Fabiana.

Onmacht, verdriet, angst, boosheid en ook blijdschap horen erbij. En toch… blijft het moeilijk om deze emoties te accepteren. ‘Verman jezelf’, ‘focus op je taken’, ‘doe niet flauw’. ‘vooruit’ zijn zinnen die mijn gedachten beheersen.

Tot op het moment dat het niet meer lukt. Uitgeput gooi ik mezelf op bed en laat de tranen rollen. ‘Vervrouw jezelf’ hoor ik deze keer in gedachten. En ik luister… al mijn emoties accepterend.

Want stel je voor dat ouders, leerkrachten, leiders, politici zich zouden vervrouwen. Stel je voor dat ieder van ons zich zou vervrouwen.

Dan is er in de wereld meer aandacht voor emoties en gevoeligheden, meer aandacht voor anderen, meer aandacht voor de gevolgen van onze beslissingen op het geheel, meer aandacht voor wat we echt nodig hebben, meer aandacht voor de richting die we inslaan.

We kunnen ons vermannen, dat hebben we geleerd.

Laten we samen ook leren vervrouwen.

eva

Advertenties

Zij zijn ook wij

In de nasleep van de rellen in Brussel las ik een opiniestuk op VRT NWS: “Na de rellen: meer of minder Marokkanen?” In dit stuk wordt een nieuwe term voorgesteld: rootisme.

“Als jongeren in Vlaanderen of Nederland, die hier geboren en getogen zijn, zich toch als Marokkaan of Turk beschouwen, dan baseren ze zich op het feit dat ze biologisch van Marokkanen, Turken afstammen. Daar waar de racist anderen wegens hun afstamming in een vakje duwt, plaatst de rootist zichzelf om dezelfde reden in een vakje.”

Een interessant concept, het onderzoeken waard.

Ik ben heel mijn leven een Nederlandse Belg geweest. Maar sinds ik in Santa Cruz leef, werk, samenwoon en een kindje verwacht, ben ik eerder een Nederlands-Belgische Boliviaan. In november 2018 zal ik officieel de Boliviaanse nationaliteit krijgen.

Maar voel ik me ook Boliviaan?

Telkens wanneer ik terugga naar België denk ik: “jep, ik heb me toch al behoorlijk aan het Boliviaanse leven aangepast: het ritme, de flexibiliteit, het relativeringsvermogen, de domme moppen, de manier van onderhandelen”. Desalniettemin voel ik me in Bolivia uiteraard nog behoorlijk vaak een onaangepaste West-Europese: te bot, te direct, te weinig respect voor hiërarchie (dat zal wel met mijn Nederlandse roots te maken hebben), te ongeduldig, te oplossingsgericht.

Als mijn collega’s klagen over mijn directe feedback bij mijn bazin, bemiddelt ze: “Och, je weet toch hoe ze is… Neem het maar niet persoonlijk op.” De Boliviaanse subtiliteit waar mijn partner wel uitgebreid over beschikt, zal ik nooit beheersen. Juist omdat ik zoveel waarde hecht aan open en transparante communicatie: zo weten we tenminste allemaal meteen waar we aan toe zijn.

En toch blijft daardoor altijd inherent de angst aanwezig om afgewezen te worden, er niet bij te horen, niet geaccepteerd te worden.

Een moeilijke evenwichtsoefening.

En ook al zou ik altijd mijn uiterste best doen om me te integreren, de perceptie van anderen kan ik niet voor de volle 100% beïnvloeden.

Gisteren vertelde ik aan een vriendin dat ik in december extra zomercursussen wil organiseren voor kinderen met aandachts- en gedragsproblemen. De ouders zoeken een alternatief programma voor hun kinderen tijdens de zomervakantie en ik kan zo wat extra bijverdienen. “Ah, dus eigenlijk kom je gewoon naar Bolivia om van ons te profiteren?” reageerde mijn vriendin. “Nee, ik kom naar Bolivia om mijn diensten aan te bieden” antwoordde ik.

Toen ik in Alalay begon te werken, wist een collega me te vertellen: “Je hebt de job van een Boliviaanse psycholoog afgepakt”. Gedurende drie jaar is het me niet gelukt om op een aangename manier met deze collega samen te werken.

Als ik geregeld met dit soort situaties in aanraking kom, word ik moedeloos: “wat doe ik hier? Ik ben blond en blank. Ik heb een ander referentiekader meegekregen van mijn ouders. Het zal me niet lukken om er ooit bij te horen. Hoe hard ik ook mijn best doe. Ik ben een Nederlandse Belg en zal dat altijd blijven.”

De rootist in mezelf komt naar boven.

Volgens bovenstaande definitie plaats ik mezelf in een vakje vanwege mijn afstamming. Ik ben het daar gedeeltelijk mee eens: mijn eigen gedachten stoppen me inderdaad in het vakje van Nederlandse Belg. Maar wanneer komen die gedachten bij mij naar boven? Wanneer ik het gevoel heb dat anderen me in dat vakje stoppen. Mijn negatieve gedachten geven deze mensen gelijk.

“Jij komt hier profiteren”, “jij bent te direct naar Boliviaanse normen”, “jij steelt één van onze jobs”.

Jij bent geen deel van wie wij zijn.

Vreemd.

Want hebben we niet allemaal de behoefte aan veiligheid en een beschermde leefomgeving? Ontwikkelingskansen? Vriendschap en samenhorigheid? Zijn we niet allemaal geboren op dezelfde planeet? Deel van hetzelfde geheel?

Bolivianen zijn mensen. Ik ben een mens. Marokkaanse Belgen zijn mensen.

Ik ben ook jullie.

En zij zijn ook wij.

Jij beslist

Goede raad is snel gegeven.

Door je vader of moeder, je partner, je broer of zus, je vriend(in), je leerkracht, je buurman, je dokter, je therapeut, je bakker, je baas.

“Eet meer groenten, koop een auto, haal je diploma, drink minder alcohol, ga naar de dokter, verander van job, ga sporten, ben kalm, heb geduld, doe je best, zet door, ben voorzichtig, wees tevreden.”

En veruit de populairste:

“Geniet!”

Ik voel me onzeker als ik ongevraagd goede raad krijg. “Oei, dus ik doe het niet goed op dit moment?” Tegelijk gaan mijn haren recht overeind staan. “Dus jij weet wel wat ik moet doen op dit moment?” Te snel interpreteer ik goede raad als betweterigheid.

Natuurlijk zijn er mensen die het beter weten dan ik.

Als ik naar de dokter ga, verwacht ik terecht dat zij meer kennis heeft over de werking van het lichaam dan ik. Mijn leerkracht kan me leiden in mijn studiekeuze. Mijn ouders hebben ervaring in de aankoop van een huis. Een vriendin is een crack in sollicteren, bij haar kan ik terecht voor tips.

Toch kan ik geïrriteerd reageren op goede raad. Waarop bijna standaard dezelfde zin volgt:

“Oh, maar het was goed bedoeld, hoor.”

En dat is ook zo. Mijn naasten geven me goede raad omdat ze zich zorgen maken, omdat ze me zien worstelen met een thema dat zij al lang beheersen, omdat ze het beste met me voor hebben.

Dat is helemaal oké. Want uiteindelijk beslis ik.

Ik kan de goede raad volgen of hem naast me neerleggen. En tóch is de tweede optie spannender. Want ik loop het risico op een “zie je wel, nou gaat het mis, ik had je gewaarschuwd, maar jij wou niet luisteren”.

Desalniettemin lijkt het mij aantrekkelijker om af en toe dat zinnetje te moeten horen dan uit angst voor een vergissing de koers van anderen te varen.

En als ik toch even niet weet waar naartoe, herinner ik me dat de beste raad die van Poeh en zijn vriendjes is:

Wanneer je bij een goede bekende een Hapje van het een of ander nuttigt, eet dan niet zoveel dat je op weg naar buiten in de deuropening blijft steken.

poeh 1

Als je sporen gaat volgen rond een groepje lorkebomen, let dan goed op dat het niet je eigen sporen zijn.

poeh 2

Het is altijd nuttig te weten waar een vriend-en-familielid is, of je hem nu nodig hebt of niet.

poeh 3

Weet je niet goed hoe je een gedicht moet beginnen, dan zit je met ‘O, dapp’re Knorrie’ altijd goed.

poeh 4

Als het lijkt alsof degene tegen wie je praat niet luistert, heb dan een beetje geduld. Misschien heeft hij gewoon een pluisje in zijn oor.

Tenslotte wil ik je toch nog even wat (ongevraagde) goede raad meegeven: beslis zelf. Jij bepaalt je koers!

Zijn wie je bent, ook tijdens een zwangerschap

Ik ben zwanger.

Ik ben niet meer dezelfde als vorige maand. Mijn lichaam verandert: duizeligheid, pijnlijke borsten, misselijkheid, overgeven, vermoeidheid en als kers op de taart ben ik nog gevoeliger dan voorheen.

Ik ben niet meer alleen. Ik ben met twee. Of ben ik twee? In ieder geval groeit er een nieuw lichaam in mijn lichaam, daar ben ik zeker van. Er groeit een nieuwe ik in mijn ik.

Dat is ongelofelijk bijzonder.

En verwarrend.

Ik begrijp niet waarom ik me opeens intens verdrietig of boos voel. Gisteren werd ik blij en vredig wakker, vandaag overheerst angst en een gevoel van eenzaamheid. En dat terwijl mijn partner, die naast me wakker werd, me liefdevol vroeg wat ik wilde drinken bij het ontbijt.

Ik begrijp niet waarom ik opeens zo moe ben. Ik doe de dingen traag. Ik ben vergeten de was in het wasmachine te steken. Mijn concentratie is minder goed. Ik had me voorgenomen om deze week mijn administratie bij te werken. Het lukt me niet.

Schuldgevoel overvalt me: ik zou dankbaar moeten zijn voor de groeiende baby in mijn buik en voor mijn partner. En dat ben ik ook, maar blijkbaar niet op elk moment. Ik zou me energiek moeten voelen. Ik zou toch op zijn minst mijn dagelijkse taken in het huishouden moeten kunnen volbrengen.

Dit besef ontstemt me nog meer.

 “Ik zou…” “Ik zou…” Alle zinnen die met “Ik zou…” beginnen, wekken negatieve gevoelens op.

Ik probeer mijn nieuwe tactiek die ik omschreef in ‘over accepteren‘: observeren.

Ik besluit mezelf als een boeiend nieuw experiment te aanschouwen. Met verwondering zie en voel ik mijn lichaam dagelijks veranderen. Ik observeer mijn vreugde, angst, boosheid en schuldgevoel. Ik observeer mijn liefde en vertrouwen in Fernando. Ik observeer hoe anders hij met de nieuwe situatie omgaat. Ik observeer dat we elkaars reactie ten aanzien van de nieuwe situatie niet begrijpen.

Observeren is gemakkelijker dan accepteren. Tegelijk merk ik dat accepteren enorm door observeren wordt gefaciliteerd. Misschien is observeren zelfs gelijk aan accepteren: als ik bezig ben met observeren, ben ik niet krampachtig bezig met veroordelen, aanpassen, veranderen. Al observerend, accepteer ik.

Zo heb ik toch een beetje houvast op deze nieuwe, onbekende, spannende en wonderbaarlijke reis.

Ik ben nieuwsgierig hoe ik morgen weer wakker ga worden…

zwanger

#MeToo #YoTambien

“Die meid is tijdens haar studiecarrière samen geweest met minstens vier jongens, een gemakkelijke is het.” “Jij hebt ze zeker ook al eens gepakt?” “Nee, ik heb ze niet gepakt, niks voor mij, zo een gemakkelijke.” Ik ben getuige van een gesprek van enkele mannelijke vrienden. Het gaat over een jongedame van 25 jaar die een medestudente van hen geweest is op de univeristeit.

Ik onderbreek hun: “Waarom gebruiken jullie het woord pakken?” Ik vertaal vriendelijk. In het Spaans gebruiken ze het woord agarrar wat google vertaalt als grijpen. “Kunnen jullie het niet hebben over kussen, samen zijn, vrijen?” vraag ik. “Wat is er mis met pakken?” antwoorden ze. “Hoe praten de vrouwen wel niet over ons achter onze rug?” argumenteren ze.

Hun antwoord bevalt me niet. Het liefst zou ik horen: “het is inderdaad niet respectvol naar vrouwen toe om zo over hen te praten, we gaan erop letten”. Maar ze ontkennen.

Wat als een van de aanwezige mannen zijn vrienden erop had gewezen dat het respectvoller is naar vrouwen toe om andere woorden te gebruiken? Dat ook deze jongedame van 25 jaar mag genieten van avontuurtjes op de universiteit? En dat dat haar niet noodzakelijk een ‘gemakkelijke’ maakt?

Maar nee, de mannen zwijgen onderling. Ik begrijp ook niet waarom.

Ik was aangenaam verrast en dankbaar dat Adil El Arbi een opiniestuk geschreven heeft: “Ik ben beschaamd om man te zijn”.

Wij moeten als mannen zo’n gedrag tien keer harder aanklagen, want het is ons geslacht dat in de overgrote gevallen van seksueel misbruik en intimidatie de daders levert. Het is verschrikkelijk dat zoiets een gewoonte is geworden, dat het zo vaak gebeurt, en bij zoveel mannen. Wij mannen moeten zorgen voor een grondige mentaliteitswijziging bij ons geslacht. 

Bedankt, Adil!

Want wat zou het prachtig zijn als elke man het als een eer ziet om een vrouw te mogen aanraken, zachtjes haar grenzen verkent en zich man voelt als hij de vrouw kan laten genieten.

Wat zou het prachtig zijn als elke man aandacht heeft voor de zwakheden van een vrouw, voor het werk dat ze binnen- en buitenshuis levert en haar een handje toesteekt als het even teveel wordt: “Kom maar, laat maar vallen, het is langs hier, ik doe het wel”.

Wat zou het prachtig zijn als elke man de fysieke en emotionele integriteit van een vrouw respecteert en beschermt.

En ja, deze integriteit wordt al geschonden in een gesprek met enkel mannen: je pakt een vrouw niet, je grijpt een vrouw niet.

Je bent met een vrouw samen, je kust haar, je raakt haar aan en hebt haar lief.

knuffel

Naar binnen

Ik vroeg vandaag in meditatie aan mezelf: wat wil ik nu veranderen in mijn leven? Ik zat vol spanning en stress toen ik aan de meditatie begon. Mijn gedachten werden opgeëist door verplichtingen, taken, verwachtingen naar mezelf toe. Mijn gedachten waren best kritisch: je zou wat meer je best moeten doen voor jezelf en ook voor anderen.

Toen ik het antwoord op mijn vraag kreeg, vloeide alle spanning uit mijn lichaam. De druk in mijn hoofd verdween en ik kreeg een glimlach op mijn gezicht. “Naar binnen, ik wil naar binnen, dichtbij mezelf.”

Gisteren zijn we een uitstap gaan maken met vrienden naar de rivier. “Joepie, dacht ik, met mijn blote voeten in het water en mijn haren in de wind genieten van de stilte in de natuur.” Wat ik me op voorhand niet verbeeldde, was de rit ernaar toe: onze chauffeur hield blijkbaar van muziek, een variatie van cumbia, reggaeton en traditionele Boliviaanse muziek. Bovendien vond hij het heerlijk om de volumeknop goed open te draaien. Uiteindelijk werd het een gezellige dag, maar toen ik thuiskwam was ik doodop, lang geleden dat ik nog zo moe geweest ben.

Ik ben gevoelig voor de (soms ingebeelde) noden van de mensen om me heen. Als ik met een groep mensen een uitstap maak, ben ik continu aan het ‘scannen’ hoe iedereen zich voelt. Zijn ze zich aan het amuseren? Voelen ze zich op hun gemak? Hebben ze iets nodig? Heeft iedereen een koek gehad? Dit gebeurt spontaan. Als ik deze tic niet bewust afzet, doe ik het zonder erbij na te denken.

Het intuïtief aanvoelen van noden van anderen helpt me goed vooruit in mijn beroep. In mijn dagelijks leven is het niet altijd even handig. Als ik facebook openzet, lees ik niet enkel de informatie die gepost is, bij elke post heb ik het gevoel dat ik even verbind met die persoon. Als ik toekom op een familiefeest voel ik waar er spanningen zijn: een nonkel en tante die een discussie gehad hebben, een meningsverschil tussen twee broers dat onuitgesproken gebleven is, mijn nicht aan het einde van haar latijn vanwege slapeloze nachten.

Het is moeilijk om naar binnen te gaan. Ik moet verbonden blijven met WhatsApp: mijn cliënten coördineren hun afspraken via de applicatie. Nadat ik vriendelijk vraag aan de chauffeur om de muziek wat zachter te zetten, draait hij de volumeknop met tegenzin naar links. Drie liedjes later moet ik vaststellen dat hij de verleiding toch niet kon weerstaan om de capaciteit van zijn geluidsboxen uit te testen.

Maar blijkbaar heb ik het nodig. Ik neem mezelf voor om weer elke dag te mediteren, om WhatsApp maximum drie keer per dag en facebook maximum één keer per dag na te kijken. En het allerbelangrijkste voornemen: mijn tic om de omgeving af te scannen naar noden, bewust afzetten als ik niet aan het werk ben. De mensen mogen voor zichzelf zorgen. Dat doe ik ook.

Fietsen in het zwembad

Toen ik 17 jaar was, besloot ik een jaar naar Costa Rica te gaan als uitwisselingsstudente met AFS. De ervaringsdeskundigen van het programma bereidden me voor op de cultuurshock: tijdens ontmoetingsdagen en het wegwijsweekend werden er interessante spelen georganiseerd om een glimp op te vangen van hoe het is om in een andere cultuur te leven. Er werd ons een grafiek getoond van het aanpassingstraject: euforie, vervreemding, escalatie, inzicht, acclimatisering.

cultuur

Ik genoot van de kennis die ik opdeed. Maar als ik nu op mijn ervaring terugkijk, kun je het vergelijken met de volgende situatie:

Stel je voor dat je besloten hebt om te leren zwemmen. Ervaringsdeskundigen organiseren ontmoetingsdagen en een wegwijsweekend. Ze vertellen je alles over zwemmen: de eerste keer in het water springen, het onbeholpen gevoel als je niet blijft drijven, de bewegingen die je lichaam zichzelf eigen dient te maken, de blijdschap als je eindelijk de overkant van het zwembad bereikt. Je luistert goed. Je weet dat deze informatie later nog van pas gaat komen. Je neemt afscheid van de ervaringsdeskundigen en bedankt hen.

Nu is het aan jou! Je neemt je fiets, gaat naar het stedelijke zwembad, je kleedt je om en vol enthousiasme spring je in het water. Je voeten raken geen bodem, je lichaam maakt niet de bewegingen die het zou moeten maken en je raakt in paniek. Al spartelend bereik je de rand van het zwembad. Je kan even op adem komen.

De ervaringsdeskundigen zijn niet meer in de buurt. Wel zijn er andere mensen in het zwembad die kundig baantjes trekken. Je zoekt toenadering bij een zwemmer. Je legt uit dat het je eerste keer is en dat je een beetje in paniek bent. De zwemmer begrijpt niet wat je zegt. Bovendien zou het niet eens in hem opkomen dat jij nog niet kan zwemmen, want alle mensen die hij kent van 17 jaar kunnen zwemmen – dat is normaal – . De zwemmer trekt zijn schouders op en zwemt rustig verder. Je raakt nog meer in paniek: hoe ga je kunnen leren zwemmen als niemand je begrijpt?

Je voelt je eenzaam en je vraagt je af waarom je zo graag wilde leren zwemmen. Opeens wordt het aantrekkelijker om uit het zwembad te gaan, je kleren terug aan te doen en op je fiets te springen. Fietsen, dat hebben je ouders je geleerd, daar ben je goed in!

Maar toch, als deze mensen kunnen zwemmen, waarom jij dan niet? Je probeert rustig te worden en je begint te observeren. Wat doen deze mensen? Hoe bewegen ze zich? En heel voorzichtig, stap voor stap, ga je na-apen.

Een attente zwemmer ziet je pogingen. Deze zwemmer is sensitief genoeg – desalniettemin verbaasd – om te begrijpen dat je probeert te zwemmen en de techniek nog niet machtig bent. Ze ontfermt zich over je en met veel geduld probeert ze je duidelijk te maken wat je moet doen. Na veel oefenen beginnen je bewegingen op zwemmen te lijken.

Je zult je voor altijd dankbaar voelen dat deze attente zwemmer je hulpeloosheid zag en het besluit nam om je te helpen.

Je bent trots op jezelf: je kunt zwemmen! Je kleedt je weer om, springt op je fiets en gaat naar huis. Enthousiast vertel je wat je hebt meegemaakt: de moeilijkheden die je bent tegengekomen en het heerlijke gevoel wanneer het water je lichaam draagt. Je familieleden luisteren geboeid, maar kunnen zich er weinig bij voorstellen. Fietsen, dat is hun ding! Daar kunnen ze enthousiast over meepraten. Zwemmen blijft een exotisch, maar onbekend terrein.

Na een tijdje begin je het zwemmen te missen. Je begrijpt ook niet waarom de mensen in je omgeving niet zwemmen of niet willen leren zwemmen. Dan zijn er twee opties: of je legt je erbij neer dat het eenmalige levenservaring was of je gaat terug naar het zwembad.

In mijn geval koos ik voor de tweede optie.

Ik leef ondertussen zeven jaar in een andere cultuur. Of beter gezegd, ik leef ondertussen zeven jaar in twee culturen: ik kan zwemmen en fietsen. Een ongelofelijke verrijking. Maar wat is het soms lastig om een fietser op bezoek te krijgen in het zwembad, om aan de zwemmers uit te leggen hoe fietsen werkt, om door de zwemmers als fietser bekeken te worden of aan de fietsers te laten zien dat ik niet langer op een fiets zit.

En daar begrip voor opbrengen. Want soms maak ik me boos op een fietser: “Kun je niet begrijpen hoe het is om te zwemmen? Zie je niet dat ik in een zwembad zit?” Of ik maak me boos op een zwemmer die zelfverzekerd uitlegt aan een andere zwemmer hoe het is om te fietsen, terwijl hij nog nooit op een fiets gezeten heeft.

Als er fietsers op bezoek komen in het zwembad, die op voorhand geen uitleg gehad hebben van ervaringsdeskundigen, hoor je ze zeggen: “Wat gek dat deze mensen niet fietsen?” “Nee hoor”, denk ik dan, “het is niet zo gek dat deze mensen niet fietsen, want ze zijn omringd met water”. Ook de zwemmers vragen me verbaasd: “Waarom maken de fietsers geen schoolslagbewegingen?” Dan probeer ik hen rustig uit te leggen dat dat op een fiets niet zo zinvol is.

Soms zie je op televisie een fietser die een documentaire wil maken over zwemmen. De fietser is wel nieuwsgierig naar het zwemmen als fenomeen, maar je merkt in zijn houding en gedrag dat hij het toch liever bij fietsen houdt. Hij zoekt zelfs naar bevestiging van de zwemmers dat fietsen beter is, toch?

Voor mezelf is het ook niet eenvoudig: ik zal nooit zo goed kunnen zwemmen als de mensen om me heen die het van jongs af aan geleerd hebben. En als ik na een lange tijd weer op mijn fiets spring, merk ik dat het niet meer zo vlot gaat als voorheen. Neil Diamond schreef er een prachtig liedje over: I Am I Said.

En tegelijk vind ik het enorm leuk om te zien wanneer zwemmers en fietsers elkaar ontmoeten en ervaringen uitdelen. Soms probeer ik me zelfs een wereld voor te stellen waarin iedereen kan zwemmen én fietsen. Onnodig leed vanwege misverstanden zouden niet meer voorkomen.

Of ben jij iemand die meer van klimmen houdt? Dan word ik nieuwsgierig. Want klimmen, daar begrijp ik niks van…

Maar sporten doen we allemaal en dat houdt ons bijeen.